Broodkorsten en toverkracht. Deel 4 van de avonturen van Alyosha
Hof van Jan / Korenmaat, 2026
Formaat: 14 x 22 cm
Aantal pagina’s: 24
Oplage: 120 exemplaren
17
Een van de laatste uitgaven van Nop Maas
De volgers van de Hof van Jan weten dat de Hof ieder jaar in mei komt met nieuwe avonturen van Alyosha Grunberg. Hij verjaart steeds op 18 mei en dit jaar, nu hij 5 wordt, verschijnt het vierde deeltje in de reeks avonturen en het vijfde boekje over hem: Alyosha en het pijnparadijs (2021), Alyosha, een introductie (2022), Hier Alyosha (2024), Misschien Joods (2025) en nu Broodkorsten en toverkracht.
In dit vierde deel van zijn avonturen zien we hoe Alyosha afscheid neemt van De Kleine Prins, zijn eerste schooldagen beleeft, ontdekt dat hij ‘weer niets geleerd’ heeft en de wereld blijft bevragen met een mengeling van logica, poëzie en tegenspraak.
Met zijn vader reist hij onder meer naar Wengen, Zürich, Wenen, Spa, New York, Point Lookout, Weggis en Bonn, maar minstens zo belangrijk blijven de Grote Bickersstraat, Zuid, mama, papa, Marianne, poffertjes, pannenkoeken, reiswagens, broodkorsten en toverkracht. Alyosha wil Piet worden, schilder, misschien schrijver, maar hij is vooral zichzelf: dapper, weerbarstig, geestig en soms ontroerend filosofisch. ‘Weet de wereld wel dat ik besta?’ vraagt hij op een dag. Dat weet de wereld inmiddels steeds beter.
De tekst werd in het voorjaar van 2026 door Nops grote liefde Joep Jaspers digitaal gezet uit de Fedra Serif en in 120 exemplaren geprint onder de Korenmaat. De schitterende tekening die het boekje bevat, werd vervaardigd door Floris Tilanus.
Deze uitgave is een bijzondere. Nop Maas overleed op 16 mei en was tot op zijn laatste dag bezig met deze uitgave, die vóór Alyosha’s verjaardag moest verschijnen. Het signeren zou op zaterdag 16 mei plaatsvinden, maar kon door Nops overlijden die ochtend niet doorgaan. Grunberg was bereid de uitgave na het verjaardagspartijtje van zijn zoon op zondag 17 mei j.l. te signeren, en dat werd een gedenkwaardige sessie. Met Michèle Baudet en Thomas van Grafhorst blikte hij terug op zijn vriendschap met Nop.
In zijn column in de Volkskrant schreef hij op 19 mei j.l. over Nop:
‘In Amsterdam was het koud en ik hoorde dat een vriend was overleden met wie ik veel over bijna vergeten schrijvers praatte. In literatuur kun je niet wonen, maar hij wel. Twee keer per jaar bezocht ik hem met mijn zoon en aten we vlaai.
Jammer dat je niet over doodgaan als over een reisje naar Venetië kunt spreken.’
Het boekje bevat 24 pagina’s, is gesigneerd door de schrijver, kost € 17.




















































































